fbpx

Met je groep fris het nieuwe jaar in

door 29 jul 2021

5 TIPS VOOR POSITIEVE BEÏNVLOEDING VAN HET GROEPSPROCES

Een blog uit de top 5 meest gelezen METIS-blogs. Bijgewerkt na eerste publicatie en reactie van Jo Heusschen (leraar groepsdynamica en teamcoach).

Het groepsproces in de klas is en blijft belangrijk. Hopelijk kunnen we in september weer fysiek bij elkaar komen om elkaar goed te leren kennen en kun je je als docent weer richten op (positieve) groepsvorming. Speciaal hiervoor heb ik een van mijn eerdere blogs, een van de best gelezen METIS-blogs, uit de oude doos gehaald en opgefrist voor de nieuwe situatie na de zomer. Daarin heb ik een ook een aantal reacties verwerkt die op de eerdere publicatie zijn gekomen.

Omdat je in het begin van het studiejaar makkelijker invloed uit kunt oefenen op het leef- en leerklimaat in de klas, beschrijf ik in dit blog de verschillende fases van een groepsproces en hoe jij dit proces positief kan beïnvloeden. Ik hou de beschrijvingen kort, dus bij vragen…voel je vrij om contact op te nemen.

FASEN IN HET GROEPSVORMINGSPROCES [1]

FASE 0: VOORFASE

Voordat je echt met de groep aan de slag gaat, bereid je je als docent voor in de voorfase. Wees je daarbij van bewust dat ook studenten bezig zijn met een ‘voorfase’, al voordat ze daadwerkelijk in de groep zijn. Alleen al de namen van de groepsleden (bekend of verwacht) werpen hun schaduw vooruit. ‘Hopelijk zit ik bij die of die in de klas’ of ‘wat vervelend dat die of die in mijn klas zit’. De ervaringen die groepsleden in eerdere groepen hebben opgedaan zijn van grote invloed op de oriëntatiefase en worden impliciet geactiveerd in de voorfase. ‘Hopelijk zal de nieuwe groep net zo fijn zijn als de vorige, want het was steeds gezellig en er werd ook hard en serieus gewerkt’. ‘Als in de nieuwe groep maar niet zo vaak ruzies zijn, want dat maakt me bang’. Een ‘hoop en vrees’-werkvorm kan deze gedachten en gevoelens zichtbaar en bespreekbaar maken. Deze werkvorm is geschikt voor de oriëntatiefase, gelijk na of tijdens de kennismaking (zie voor beschrijving hieronder).
Jouw rol als docent: Je gaat vooral als ontwerper aan de slag. Met andere woorden, je bereidt je voor en weet wat er komen gaat. Dat doe je door doelen op te stellen, helder te hebben welk resultaat behaald moet worden en welke thema’s behandeld dienen te worden. Er is een agenda, tijdspad en werkstructuur voor het schooljaar.

FASE 1: ORIËNTEREN

Dit is de fase waarin de groep voor het eerst echt bij elkaar komt. Denk aan een introductiedag. Een veelgemaakte fout is dat studenten op deze dag overladen worden met informatie, zonder dat er al veel tijd/aandacht wordt besteed aan het daadwerkelijk kennis maken met elkaar.

Jouw rol als docent: In deze fase is het belangrijk dat je de rol van stuurman/regisseur aanneemt. Wat doe je dan?

  • Doelen erbij halen
  • Resultaten benoemen
  • Luisteren, samenvatten
  • Informeren
  • Regels voor participatie benoemen
  • Grenzen stellen
  • Oogcontact maken, persoonlijk houden, je aan je belofte houden zijn ook aspecten die van belang zijn in deze fase.

Belangrijk in deze fase is om te investeren in het elkaar leren kennen, zoeken naar dat wat je verbindt. Hierbij drie suggesties voor werkvormen die je zou kunnen doen met de klas:

  1. Bij de eerste werkvorm ga je met elkaar in gesprek en zoek je naar overeenkomsten en verschillen. Je gaat elkaar bevragen op hobby’s, sport, muziek en andere dingen om elkaar beter te leren kennen. Daarbij ga je kijken wat je met elkaar gemeenschappelijk hebt, wat je met elkaar verbindt.
  2. Bij de tweede werkvorm ga je elkaar wederom leren kennen, maar door het maken van een reclameposter.

3. Bij de ‘hoop en vrees’-werkvorm ga je in op de verwachtingen en ervaringen die zijn geactiveerd in de voorfase. Je noteert ‘vrees’ en ‘hoop’ op een flap en laat studenten op post-its opschrijven waar ze bang voor zijn en wat ze graag zouden willen in de klas. De uitkomsten hiervan kun je meenemen in de volgende fase.

FASE 2: NORMEREN

Belangrijk in deze fase is dat je investeert in de omgang met elkaar. En daarbij zelf het goede voorbeeld geeft. De onderstroom is heel belangrijk en interventies hierin bepalen voor een groot deel de verdere groepsontwikkeling. De opstelling van de docent als procesbegeleider is van groot belang. Als je dat goed doet, komt deze fase vóór de presentatiefase. Hierbij ben je consequent, en bespreek je veel met elkaar.

In de praktijk zie je dat de normeringsfase en presentatiefase soms omgedraaid worden als er niet goed begeleid wordt. Dan verloopt de fase erna minder soepel. Tip is dus: eerst normeren!

Jouw rol als docent: In deze fase neem je de rol van procesbegeleider in. Wat doe je dan? Bij zowel fase 2 als 3 is dit wat je als docent doet:

  • Zorg delen
  • Rollen en posities bespreken
  • Klimaat benoemen
  • Kritiek bespreekbaar maken
  • Doorvragen, erkenning, confronteren en feedback geven.

Een mooi hulpmiddel om stil te staan bij hoe het gaat vind ik de ‘reflectiecirkel’; je kunt dan een van de hierboven genoemde punten nemen of samenvoegen en plenair doornemen door de volgende 5 punten te bespreken

  1. Wat zouden we meer moeten doen?
  2. Wat zouden we minder moeten doen?
  3. Waar zouden we mee moeten stoppen?
  4. Waar zouden we mee moeten starten?
  5. Waar zouden we mee moeten doorgaan?

FASE 3: PRESENTEREN

In deze fase is er strijd om de (informele) macht. Het is belangrijk om deze fase intensief te begeleiden. Wanneer je de normeringfase goed hebt begeleid, dan verloopt deze fase mild. Doe je dat niet, dan vindt deze fase plaats voordat er is genormeerd, en dan wordt het een erg onrustige fase; bv. haantjesgedrag, terugtrekkers etc. Van belang is dus ervoor te zorgen dat meningsverschillen er mogen zijn en dingen bespreekbaar gemaakt worden, zoals je dat in fase 2 hebt afgesproken. Stuur hier continue op door het te benoemen en te herhalen.

Jouw rol als docent: Ook in deze fase neem je de rol van procesbegeleider in. Wat doe je dan?

  • Zorg delen
  • Rollen en posities bespreken
  • Klimaat benoemen
  • Kritiek bespreekbaar maken
  • Doorvragen, erkenning, confronteren en feedback geven.

FASE 4: PRESTEREN

De groep wordt in deze fase een team en groepsleden vullen elkaar aan. Hierin wordt er samen gewerkt aan het gemeenschappelijke doel. In deze fase van het groepsproces is het belangrijk om alert te blijven. Het groepsproces is vaak iets wat zich ‘onder water’ afspeelt en kan wanneer je niet oplet toch een verkeerde kant op gaan. Het is dan ook belangrijk om het proces altijd tijd en aandacht te geven. Hoe gaat het? Zitten we op koers? Moeten we iets bijstellen?

Het maken van een sociogram kan helpend zijn om te checken hoe het met de groep gesteld is. Je gebruikt het sociogram als middel om de onderlinge verhoudingen inzichtelijk te maken. Hoe ver staan leerlingen van elkaar af, wie heeft het meeste contact? Online zijn verschillende werkvormen gerelateerd aan het sociogram te vinden (bijvoorbeeld: Sometics.com). Hieronder een voorbeeld van hoe een sociogram eruit kan zien.

Jouw rol als docent: In deze fase neem je de rol van gids in. Wat doe je dan? Erkenning van competenties, identiteit. Persoonlijke behoeftes en ervaringen inbrengen, stimuleren onderlinge feedback.

FASE 5: EVALUEREN

Deze fase vindt plaats wanneer een groep uit elkaar gaat. Dit kan aan het eind van een schooljaar zijn. Je ziet hier vaak dat het twee kanten op kan gaan: de groep wordt hechter en gaat allerlei afspraken met elkaar maken om elkaar nog te spreken. Of de groep treedt in conflict zodat ze hiermee het groepsproces kunnen beëindigen.
Wanneer je dit proces begeleidt door samen tijd in te ruimen voor afscheid, wordt dat vaak gewaardeerd en heb je een constructiever afscheid van de groep.

Jouw rol als docent: In deze fase ben je evaluator. Je begeleidt het afscheid van de groep door evt. een leuk uitje, activiteit en gezamenlijke evaluatie. Schenk aandacht aan twee aspecten: afronden en afscheid nemen. Afronden van de taak en van het groepsproces en afscheid van de relatie.

[1] De naamgeving van de fasen zijn gebaseerd op het boek ‘Handboek positieve groepsvorming’ (Bakker-de Jong & Mijland, 2009). Deze zijn anders dan de veelgebruikte Tuckman of Remmerswaal.

 

Bronvermelding
Bakker-de Jong, M. & Mijland, I. (2017).Handboek positieve groepsvorming. Oirschot: Esch. Quirijn

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Emina NAKIČEVIĆ

Emina NAKIČEVIĆ

auteur

Schrijf je in voor de 'Onderwijsupdate'.

Je ontvangt iedere week een update in je mailbox.

Aanmelden >

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!