De vraag naar vakmensen is hoger dan ooit. In sectoren zoals zorg, techniek, logistiek en horeca is personeelstekort geen toekomstvraagstuk meer, maar dagelijkse realiteit. Tegelijkertijd zien we dat juist het opleiden van nieuwe vakmensen onder druk staat. De mensen die het vak moeten doorgeven, hebben daar steeds minder tijd, ruimte en ondersteuning voor, terwijl er juist meer van hen wordt gevraagd dan ooit.
Arbeidsmarktanalyses van onder andere UWV, ROA en de SER laten al jaren zien dat tekorten structureel zijn. Tegelijkertijd laten SBB en de Inspectie van het Onderwijs zien dat de kwaliteit van begeleiding in de beroepspraktijkvorming direct samenhangt met studiesucces, uitval en duurzame instroom. Daarmee wordt praktijkbegeleiding steeds bepalender voor de toekomst van sectoren.
Opleiden in de praktijk vraagt meer dan vakmanschap alleen
In de praktijk vragen we veel van mensen die studenten begeleiden op de werkvloer. We verwachten dat zij weten hoe je iemand iets stap voor stap aanleert, hoe je feedback geeft die ontwikkeling stimuleert en hoe je vakvaardigheden opbouwt in logische stappen. We verwachten dat zij zichtbaar maken of iemand vooruitgaat, dat zij omgaan met verschillen in tempo, motivatie en zelfstandigheid en dat zij gesprekken voeren over ontwikkeling en vakbekwaamheid.
Daarnaast verwachten we dat zij een veilige leeromgeving creëren, grenzen stellen, motiveren, corrigeren en coachen. Voor veel vakmensen zijn dit geen vaardigheden waar zij ooit formeel voor zijn opgeleid. Toch vragen we hen om dit dagelijks te doen, vaak onder hoge werkdruk en naast productie, zorg of klantcontact. In veel organisaties rust dit nog sterk op ervaring en persoonlijke inzet in plaats van op gerichte ondersteuning.
Waarom begeleiding op de werkvloer zo bepalend is voor leren en instroom
Onderzoek naar werkplekleren laat zien dat leren op de werkvloer niet ontstaat door alleen mee te draaien in het werkproces. Studenten leren het vak vooral wanneer iemand tijdens het werken bewust richting geeft aan wat zij leren, hoe zij oefenen en hoe zij hun ontwikkeling begrijpen (Tynjälä, 2008).
Onderwijskundig onderzoek liet al in 1989 zien hoe je gericht richting kunt geven aan het leren van vakvaardigheden. In het model van cognitive apprenticeship beschrijven Collins, Brown en Newman hoe vakmanschap in de praktijk wordt aangeleerd wanneer een expert niet alleen voordoet, maar ook uitlegt wat hij doet, waarom hij dat doet en waar hij tijdens het werken op let. Studenten leren het meest wanneer zij begeleid kunnen oefenen, feedback krijgen tijdens het uitvoeren en stap voor stap meer zelfstandigheid krijgen.
Juist daarom is de rol van praktijkbegeleiders zo groot. Zij maken denkprocessen zichtbaar, helpen studenten begrijpen waarom iets werkt en ondersteunen hen bij het opbouwen van vakvaardigheden in stappen.
Van begeleiden erbij naar bewust opleiden
Wanneer personeelstekorten structureel zijn, moeten organisaties praktijkopleiden bewust organiseren. Dat betekent dat praktijkopleiders ondersteund worden bij het begeleiden van leren op de werkvloer, bij het creëren van een leeromgeving waarin studenten durven leren en fouten durven maken en bij het volgen en beoordelen van ontwikkeling. Professionaliseren betekent daarbij altijd aansluiten bij de realiteit van de werkvloer en de sector waarin mensen werken.
Investeren in betere begeleiding is investeren in duurzame instroom
Organisaties die investeren in sterke praktijkbegeleiding investeren direct in beter opgeleide studenten, sneller ontwikkelend vakmanschap en een sterkere binding van nieuwe professionals aan hun vak en werkgever. Daarmee wordt praktijkopleiden een krachtig instrument voor duurzame instroom van vakmensen en voor het verkleinen van uitval en studievertraging.
Bij Metis Onderwijsadvies ondersteunen we organisaties bij het versterken van praktijkbegeleiding, zodat leren op de werkvloer aantoonbaar bijdraagt aan studiesucces en instroom. We helpen praktijkopleiders om meer houvast te krijgen in begeleiden, feedback geven en beoordelen, zodat opleiden in de praktijk minder afhankelijk wordt van toeval en individuele ervaring. Als extra stap hebben we de training zo ontwikkeld dat deze aansluit op het mbo-certificaat Praktijkopleider mbo. Daardoor kan deze ook worden ingezet binnen de pijler Leven Lang Ontwikkelen en komt deze in veel gevallen in aanmerking voor subsidieregelingen en regionale scholingsfondsen.





0 reacties