fbpx

“Als je Sanne vraagt, wordt niemand actief”

door 25 nov 2021

Het verhogen van de individuele aanspreekbaarheid bij activerende werkvormen

Hoe vaak stellen we een vraag die start met:
“Wie weet wat de oorzaak is van X”? 
Of: “Sanne, kun jij me uitleggen wat …. ?”

Of, nog erger: we geven zelf antwoord op de vraag die we zojuist gesteld hebben. Het is natuurlijk niet ‘fout’, het is menselijk, het zit in ons systeem. Hoe kan het dan anders? In deze blog laat ik je zien hoe je bij activerende werkvormen de individuele aanspreekbaarheid verhoogt.

Elke docent wil graag zijn studenten actief krijgen in de les. Soms is dat knap lastig. Er zijn duizenden werkvormen te vinden die je kunt inzetten tijdens jouw lessen. Eén van de dingen die ik tijdens lesobservaties bijna altijd terug zie komen, is dat we fantastische vragen stellen om studenten actief te krijgen, maar dat de individuele aanspreekbaarheid ‘laag’ is. Wat?!

Met de individuele aanspreekbaarheid bedoel ik: in hoeverre voel ik mij (als student) aangesproken om te reageren op een vraag van de docent?

Activeren = actief aan de slag

Als je een activerende werkvorm wilt inzetten, zorg er dan voor dat iedereen ook echt actief móet zijn in de werkvorm. Als je wilt checken in hoeverre studenten iets begrijpen of hoe ze over een topic denken, dan is het van belang om een werkvorm te creëren waarin de individuele aanspreekbaarheid ‘hoog’ is. Hetzelfde geldt bij goede samenwerkingsvormen; als er geen wederzijdse afhankelijkheid is, is de kans kleiner dat er ook echt samengewerkt wordt (doe jij dit, dan doe ik dat wel en dan leveren we het samen in).

Voorbeelden

Hieronder een aantal voorbeelden van werkvormen waarmee je de individuele aanspreekbaarheid kunt vergroten:

Een D-D-U’tje (denken-delen-uitwisselen)

  1. Stel je wilt dat studenten nadenken wat mogelijke oorzaken kunnen zijn van X. Je hebt hier zojuist je instructie over gegeven of je wilt terughalen wat studenten nog van de vorige les begrepen hebben.
  2. Schrijf 3 oorzaken op van X (individueel).
  3. Vergelijk de opgeschreven oorzaken met een medestudent.
  4. Kies 1 oorzaak uit en kom samen tot een oplossing voor X.
  5. Hang de oplossing op aan de muur/ laat het door een ander tweetal checken/ lever het in bij de docent.
  6. Je kunt nu bepalen om een aantal oplossingen te bespreken, terug te vragen, etc.

Lijnenspel

  1. Maak een lijn in de ruimte waar je lesgeeft.
  2. Stel een vraag die je kunt beantwoorden met eens/oneens (waar/niet waar).
  3. Als je het ‘eens’ bent ga je aan de ene zijde staan, als je het ‘oneens’ bent ga je aan de andere zijde staan en als je meer informatie nodig hebt om antwoord te kunnen geven ga je in het midden staan. Studenten mogen dan 1 vraag stellen om meer informatie te verkrijgen. Dit betekent niet dat je in het midden gaat staan als je het niet weet of niet kunt kiezen. Nadat je extra informatie hebt gekregen maakt elke student een keuze. Zo laat je iedereen een antwoord geven.
  4. Je kunt ervoor kiezen om het zo te laten of je bespreekt een aantal waarom ‘eens’ en ‘oneens’ antwoorden.
  5. Je hebt nu inzichtelijk hoe studenten ergens over denken of als je wilt checken of ze hetgeen wat jij hebt uitgelegd begrijpen, extra uitleg nodig is, etc.

Een A-B-C-D’tje

  1. Je geeft iedereen een setje met A-B-C-D (papier). Je gaat nu een aantal checkvragen stellen om te kijken wat studenten al wel en wat ze nog niet weten over een bepaald thema.
  2. Je gaat de vragen stellen en op jouw teken (iedereen tegelijk) houden ze het papiertje in de lucht (A-B-C-D).
  3. Op deze manier vraag je in plaats van alleen Sanne, iedereen een antwoord te geven.
  4. Als je studenten wilt laten bewegen kun je ook 4 hoeken maken in de ruimtes met A-B-C-D.

Kom tot consensus in 1 minuut

  1. Stel je wilt checken of studenten een bepaald proces begrijpen, een stappenplan, iets waar volgordelijkheid in zit.
  2. Je vraagt iedereen om dit op een papiertje te schrijven.
  3. Je laat studenten nu de check doen in hun groepje.
  4. Elke groep heeft nu 1 min om tot consensus te komen.
  5. Je checkt de volgordelijkheid en bespreekt eventuele verschillen.

Iedereen actief in een casus

  1. Stel je wilt een casus behandelen, het gaat bijvoorbeeld om het diagnosticeren. Het stellen van vragen is de vaardigheid die centraal staat. Er zijn 4 belangrijke fasen in het diagnosticeren.
  2. Je verdeelt de ruimte waarin je lesgeeft in vieren (4 fasen).
  3. Je vraagt de studenten om aan te geven in welke fase ze zich het meest comfortabel voelen en welke fase ze het meest lastig vinden. Voor deze 2 fasen bedenken ze 2 vragen. Deze leggen ze op de tafel van desbetreffende fase.
  4. Studenten verdelen zich over de 4 fasen (waar wil je het liefst nog in oefenen).
  5. Elke groep (fase 1 = groep 1 t/m fase 4 = groep 4) leest de vragen die op tafel liggen en overleggen welke vragen ze willen stellen (passend bij de gegeven casus). Daarin moeten ze ook tot een volgorde van vragen komen. Elke groep mag 4 vragen stellen aan de cliënt.
  6. De docent (of een student) speelt de cliënt. Groep 1 stelt 4 vragen voor fase 1 aan de cliënt, dan volgt groep 2 etc. Zo is iedereen actief en ervaren studenten alle fasen.
  7. Vervolgens bespreken de docent en studenten het verloop van het gesprek en de vragen die (niet) gesteld zijn.

Iedereen tegelijk aan de slag

Zo zijn er talloze voorbeelden die je kunt gebruiken tijdens je lessen. We kunnen niets garanderen, wel kunnen we de kans vergroten om studenten actief te krijgen in een les. Het gaat erom dat iedereen tegelijk, eerst zelf nadenkt, iets opzoekt of uitvoert. Hiermee lok je studenten uit om eerst zelf na te denken en houd je alle studenten ook meer betrokken. De kans is groot dat als er iets aan Sanne gevraagd wordt, dat ik dan denk: “oh, ik hoef niet te antwoorden”, en dan stopt het denken in veel gevallen. Daarnaast is het van belang als je een vraag stelt, en de opdracht geeft om met een antwoord te komen, dat studenten op hetzelfde moment het antwoord moeten laten zien (A-B-C-D’tje of lijnenspel).  Als ik de tijd krijg om antwoorden van anderen te zien kan dit ervoor zorgen dat ik mijn keuze laat beïnvloeden of dat dit een afwachtende houding creëert.

Als jullie andere vormen hebben om de individuele aanspreekbaarheid te verhogen tijdens lessen deel het hieronder in de opmerkingen!

Mocht je vragen hebben stel ze gerust én als je een vorm hebt uitgeprobeerd laat dan vooral weten hoe je dit hebt ervaren!

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Jet ter Halle

Jet ter Halle

Auteur

Schrijf je in voor de 'Onderwijsupdate'.

Je ontvangt iedere week een update in je mailbox.

Aanmelden >

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

Vul je emailadres en je naam in

om de casestudy te bekijken

You have Successfully Subscribed!

× Stel je vraag via WhatsApp Available on SundayMondayTuesdayWednesdayThursdayFridaySaturday