Een begeleidingsgesprek voeren is soms net als koken zonder recept: je hebt de ingrediënten (student, stage, leerdoelen), maar het is gissen wat het eindresultaat wordt. Je vraagt hoe het gaat, krijgt een opsomming van werkzaamheden en geeft hier en daar wat advies. Prima, toch? Maar wat als ik je vertel dat één simpele vraag het verschil kan maken tussen een aardig gesprek en een écht waardevol leermoment?
Die vraag komt uit het boek Oplossingsgericht coachen en luidt:
“Wat moeten we vandaag bespreken zodat dit gesprek voor jou nuttig zal zijn?”
Klinkt eenvoudig. Is het ook. Maar vergis je niet: het effect is groot.
Van begeleider naar bondgenoot
Door deze vraag te stellen, zet je de student aan het roer. Je zegt eigenlijk: jouw leerproces doet ertoe. En dat voelt anders dan een gesprek waarin jij als praktijkopleider vooral zendt. Het mooie is: je hoeft het gesprek niet te sturen, want de student bepaalt zelf waar de focus ligt. Of het nu gaat om iets kleins (“Ik wil weten hoe ik beter feedback kan vragen”) of iets groots (“Ik twijfel of ik dit werkveld wel bij me vind passen”), het gesprek wordt direct relevanter.
Praktijkvoorbeeld: de student die niet durfde te bellen
Een praktijkopleider die ik sprak, vertelde over een student die zijn stage prima leek te doorlopen. Geen opvallende dingen, geen rode vlaggen. Tot ze het gesprek begonnen met: “Wat moeten we vandaag bespreken zodat dit gesprek voor jou nuttig zal zijn?” De student aarzelde even. “Ik moet klanten bellen, maar ik stel het steeds uit. Het zweet breekt me uit als ik het moet doen.”
Een compleet nieuw inzicht. Hier was dus wél iets aan de hand, alleen kwam het in de standaard vragenlijstjes niet naar boven. Dankzij die ene open vraag ontstond een gesprek over drempels, over wat hij nodig had om tóch te bellen, en hoe hij in een veilige setting kon oefenen. Na afloop zei de student: “Ik wist niet dat ik hierover kon praten tijdens een begeleidingsgesprek.” En dat is precies waarom die vraag zo krachtig is.
Meer eigenaarschap, minder invulling
De verleiding is groot om als begeleider het gesprek in te vullen: “Hoe ging het met die opdracht?”, “Wat vond je van die terugkoppeling?” Maar dan blijf jij aan het stuur zitten. Terwijl studenten juist leren als ze verantwoordelijkheid krijgen voor hun eigen leerproces. Door te vragen wat zij willen bespreken, laat je zien dat hun perspectief telt. En ja, soms zullen ze geen antwoord paraat hebben. Ook dat is oké. Geef ze even de tijd. Of help ze op weg met: “Als je terugkijkt op de afgelopen week, waar liep je dan tegenaan?” Voor je het weet ontstaat er een gesprek dat veel dieper gaat dan een rondje “hoe-gaat-het”.
Oplossingsgericht is geen luchtfietserij
Belangrijk om te benoemen: oplossingsgericht werken betekent niet dat je problemen wegpoetst. Integendeel. Je erkent ze juist, maar blijft niet in het probleem hangen. Je kijkt samen naar waar wél ruimte zit. Naar wat er al lukt, waar de motivatie zit, welke kleine stap vooruit mogelijk is. En precies dat begint met een vraag die ruimte maakt.
Tot slot: kleine vraag, groot effect
Als praktijkopleider hoef je niet alle antwoorden te hebben. Je hoeft zelfs niet de juiste vragen te stellen — als je maar de eerste goede vraag stelt. En die is verrassend simpel:
“Wat moeten we vandaag bespreken zodat dit gesprek voor jou nuttig zal zijn?”
Schrijf ‘m op een post-it. Plak ‘m op je laptop. En stel ‘m bij elk begeleidingsmoment. Je zult zien: gesprekken worden rijker, betekenisvoller en effectiever. Niet alleen voor de student, maar ook voor jou.
0 reacties