Vragen als medicijn voor passieve studenten

Datum: 21 december 2024
Auteur: Peter Loonen

“Wie het antwoord al heeft, hoeft niet meer na te denken.” Deze uitspraak galmt door mijn hoofd als ik docenten aan het werk zie die hun PowerPoint-presentatie vol bullets en animaties als startpunt van hun les gebruiken. Heel logisch en herkenbaar, want je wilt je les goed voorbereiden, toch? Maar hoe vaak hebben we niet gezien dat de enige activiteit van de student tijdens zo’n les bestaat uit het knikken, noteren en wachten op de volgende slide? Het probleem? De les draait om jouw inspanning, niet om die van de student. Het is tijd om dat om te draaien. Leren begint bij de student, en als docent ben jij de coach die dat proces in gang zet.

Maar hoe doe je dat? Niet door nóg een quiz te bedenken of wéér uitleg te geven, maar door één eenvoudige tool maximaal te benutten: de juiste vragen stellen.

De voorbereiding begint met een vraag, niet met een PowerPoint

Laten we eerlijk zijn. Voor veel docenten is voorbereiding synoniem met: “Welke uitleg of opdracht ga ik straks geven?” Maar dat is precies waar de schoen wringt. Studenten leren niet door alleen maar te luisteren of een opdracht klakkeloos te maken. Ze leren door na te denken, actief bezig te zijn en het zelf te doen. Jouw voorbereiding zou daarom moeten beginnen met de vraag: “Welke vragen kan ik stellen om mijn studenten aan het denken te zetten?”

Voor je die vragen kunt formuleren, moet je eerst iets belangrijks helder hebben: wat verwacht je eigenlijk van je studenten? Wat moeten ze aan het einde van jouw les of module kunnen of weten? Geef ze een kristalhelder beeld. Laat ze het beoordelingskader zien, bespreek de norm, en laat voorbeelden zien van wat goed werk is. Studenten moeten vóelen wat er van ze verwacht wordt. Je kunt immers geen doel raken dat je niet kunt zien.

Neem bijvoorbeeld een student die een adviesrapport moet schrijven. Laat ze niet in het wilde weg beginnen. Laat zien wat een goed rapport is, bespreek samen de beoordelingscriteria en vraag: “Wat valt je op aan dit voorbeeld? Waarom is dit een goed rapport? Welke fouten kun je al bedenken die je wilt vermijden?” Zo zorg je ervoor dat je studenten niet halverwege vastlopen omdat ze het einddoel niet begrijpen.

Diagnose stellen: weten wat de student al kan (en wat niet)

Stel, je geeft een les lichamelijke opvoeding en je wilt dat een student zelfstandig over een kast kan springen. Laat ze dan eerst springen en kijk hoe ze dat doen. Je ziet direct: heeft hij kracht? Heeft ze coördinatie? Of mist er iets essentieels, zoals zelfvertrouwen? Je moet een diagnose hebben voordat je weet welke interventie effectief is.

Hetzelfde geldt in de klas. Wil je dat studenten een complexe grammaticale constructie begrijpen? Check dan eerst of ze de basis al beheersen. Laat ze een korte test doen, een kleine opdracht maken of vul een Socrative-quiz in. Waarom zou je tijd besteden aan uitleg over iets dat ze al weten? Of erger nog: uitleg geven terwijl ze de basis nog niet onder de knie hebben?

Als je eenmaal weet wat de student wél en níet beheerst, kun je gericht handelen. Maar stel jezelf steeds de vraag: “Moet ik het uitleggen, voordoen of kan ik het beter met een vraag activeren?” En ja, die vraag is cruciaal. Waarom? Omdat uitleg vaak passiviteit creëert. Vragen stellen dwingt tot nadenken en actie.

MotivatieladderVariatie is het toverwoord

De kern van didactisch coachen is dat je niet blijft hangen in één aanpak. Uitleggen is prima, maar alleen als dat nodig is. Feedback geven is ook goed, maar het kan niet het enige medicijn zijn. Wissel af, probeer nieuwe vormen, en kijk steeds of je aanpak werkt. Stel bijvoorbeeld na elke interventie de vraag: “Wat is nu jouw volgende stap? Wat kun je hier al mee doen?”

Als je merkt dat een student vastloopt, probeer een andere aanpak. Misschien heeft hij meer baat bij een praktische oefening, een groepsdiscussie of een extra vraag die hem nét dat ene zetje geeft. Denk aan jezelf als een onderwijskundige apotheker: elk medicijn heeft een ander effect, en jouw taak is om te blijven redeneren en experimenteren tot je het juiste werkzame bestanddeel hebt gevonden.

Motivatie

Van denken naar doen: drie concrete stappen

Dus, wat kun je morgen al doen om meer te halen uit je lessen?

  1. Start met kwaliteitsbesef: Laat je studenten precies zien wat je van ze verwacht. Deel beoordelingskaders, bespreek normen en toon voorbeelden. Zorg dat ze helder hebben wat het einddoel is.
  2. Diagnosticeer: Gebruik korte tests, opdrachten of vragen om te achterhalen wat je studenten al weten en kunnen. Je kunt pas een goede interventie doen als je weet waar ze staan.
  3. Stel de juiste vragen: Formuleer vragen die je studenten aan het denken zetten. Daag ze uit om actief na te denken en zelf tot oplossingen te komen. Vraag jezelf af: moet ik het uitleggen, voordoen, of kan ik het activeren met een vraag?

Leren is geen one-size-fits-all. Het gaat er niet om hoeveel jij vertelt en uitlegt, maar om wat zij begrijpen en vooral beheersen. Dus weg met die PowerPoint als hoofdgerecht, en op naar een didactisch coachend menu. En onthoud: vragen stellen is het medicijn dat je studenten écht aan het leren zet.

Welke vraag stel jij morgen?

Training activerende didactiek

Up-do-date blijven?

Ontvang onze nieuwsbrief

Schrijf je in
1 Reactie
  1. Goed stuk!

    Antwoord

Een reactie versturen

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *